Een smakelijke tussenstop

Wanneer ik een pauze houd bij een pompshop voor een kopje thee en een broodje, worden mijn smaakpapillen bij binnenkomst geactiveerd door de verschillende verleidelijke geuren uit de koffiehoek, de bakery en de snackcorner. Ik kijk naar de merknamen en de kleurige logo’s die op de producten in de schappen staan. Deze elementen kunnen beschermd worden via een merkregistratie. Maar kan de smaak van een levensmiddel ook beschermd worden?

Deze smakelijke vraag werd gesteld in de rechtzaak die fabrikant Levola van Heks’nkaas tegen Smilde van Witte Wievenkaas had aangespannen. Voordat we verder op deze vraag ingaan, blikken we even terug op het ontstaan van het conflict tussen deze partijen.

Het is 2014 toen Smilde de naam Witte Wievenkaas als merk wilde registreren. Levola startte daarop een oppositieprocedure omdat zij vond dat Witte Wievenkaas begripsmatig overeen zou stemmen met hun merk Heks’nkaas. Het Benelux Merkenbureau wees de oppositie af omdat zij onvoldoende overeenstemming kon vaststellen. Levola stelde Hoger Beroep in en het Hof besliste dat “Witte Wieven door een deel van het publiek wordt gezien als veelal geïsoleerd levende vrouwelijke magische wezens met veelal kwaadaardige bedoelingen, die angst inboezemen, dus een soort heksen zijn.”

Deze beslissing werd vervolgens vernietigd door de Hoge Raad want zij stelde dat onvoldoende was bewezen dat het merendeel van het publiek bekend is met de term witte wieven. De enkele betekenis van een term in literatuur bleek onvoldoende.

Smilde had inmiddels de naam van zijn kruidige smeerkaas al veranderd in: “Wilde Wietze Dip”. Levola stelde vervolgens de vraag: “is de smaak van Heks’nkaas beschermd via het auteursrecht?” Zij verwezen hierbij naar ‘geur’ wat wel onder het auteursrecht kan vallen in Nederland, maar waarover de meningen binnen de Europese landen verschillen. Zo heeft bijvoorbeeld de Franse rechter hierover negatief beslist.

Levola ging met zijn smaakvraag naar de rechtbank Den Haag. Deze oordeelde dat “De ingrediënten een smakelijk geheel vormen maar dat Levola had nagelaten de auteursrechtelijke trekken te omschrijven. De rechtbank sloot daarbij niet uit dat de smaak van een voedingsmiddel auteursrechtelijk kan zijn beschermd”. Levola liet het hier niet bij zitten en ging in hoger beroep. Het Gerechtshof legde de vraag aan het Europese Hof van Justitie (EHvJ) voor voordat zij uitspraak zou doen.

Onlangs heeft de EHvJ in haar arrest gesteld dat smaak van een levensmiddel niet auteursrechtelijk beschermd kan worden omdat smaak niet objectief beoordeeld kan worden . “De identificatie van de smaak is hoofdzakelijk op smaakbeleving en smaakervaring, die subjectief en variabel zijn, aangezien zij met name afhankelijk zijn van factoren die eigen zijn aan de persoon die het betrokken product proeft, zoals diens leeftijd, voedselvoorkeuren en consumptiegewoonten, alsmede van de omgeving en de context waarin het product wordt geproefd”, aldus het EHvJ. Bovendien is er nog geen techniek voorhanden om een objectieve vergelijking te maken. Dit arrest zal naar alle waarschijnlijkheid ook gevolgen hebben voor de bescherming van ‘geur’ onder de auteurswet.

Mijn tussenstop zit er op en ik heb  me te goed gedaan aan een rijkelijk belegd broodje gerookte kipfilet, sla, ei, tomaat en… kruidige smeerkaas!