(H)eerlijk, helder handelen

Een grote trend is bier te verkrijgen in verschillende soorten, alcoholsterktes en uiteenlopende namen. Maar welke rechten heb je als een ondernemer jouw bierfust vult met zijn eigen bier of uit jouw merktap ander bier laat stromen? Met een merkrecht sta je sterker, zo ondervond Heineken.

Ondernemer De Laak heeft een jaar lang bier afgenomen van Heineken Brouwerij BV. Daarna is het contract beëindigd. Een half jaar later krijgt Heineken meldingen van horecaondernemingen dat er kwaliteitsafwijkingen zijn van het Heineken en Amstel bier in de 50 liter fusten. Heineken stelt een onderzoek in en laat door een onafhankelijke instelling de fusten bier controleren. Hierbij wordt vastgesteld dat er ander bier in zit. De fusten blijken afkomstig van De Laak en de Fiod doet bij deze onderneming een inval. Men vindt Heinekenfusten en dozen met Heineken en Amstel etiketten die afwijken van de originele etiketten, waaronder een onbekende letter/cijfercombinatie in de THT. Daarnaast worden twee Heinekentaps aangetroffen die aangesloten staan op tanks, terwijl er geen Heineken bier meer wordt afgenomen.

In een rechtszaak stelt Heineken dat er sprake is van merkinbreuk en eist schadevergoeding. De Laak betwist de bewijsvoering aangaande de navulling van de Amstelfusten. De rechter oordeelt dat er inderdaad onvoldoende bewijs is aangevoerd aangaande de vervalste Amstel stickers en dat er ander bier in de Amstelfusten zou zitten. De zaak richt zicht daarna op de vordering van Heineken.

De Laak erkent dat in de Heinekenfust het eigen bier zit maar het is niet bewezen dat dit is verkocht onder de merknaam Heineken. De rechter gaat hier niet in mee en verwijst naar het wetboek, waaruit opgemaakt kan worden dat het gebruik van andermans merkverpakking voor eigen waar, zoals het hervullen van bierfusten met eigen product, hetzelfde is als het aanbrengen van andermans merk op eigen waar. Maar dit wil nog niet zeggen dat dit onrechtmatig is. Echter, De Laak heeft de merknaam Heineken op de fusten bier niet verwijderd en ook uit de facturen blijkt onvoldoende dat het om ander bier gaat. De Laak gebruikte bovendien eigengemaakte THT-stickers onder de merknaam Heineken. Afnemers die geconfronteerd worden met de fusten kunnen denken dat deze afkomstig zijn van Heineken. Ook het in voorraad houden van de fusten met het doel om te verhandelen kan aangemerkt worden als merkgebruik.

De Laak beweert dat het merkenrecht van Heineken is uitgeput omdat de fusten bier legaal van Heineken zijn afgenomen. De rechter oordeelt echter dat hier geen sprake is van uitputting omdat de fusten eigendom blijven van Heineken en slechts dienen als verpakking en hier geen zelfstandige economische waarde vertegenwoordigt.

Tevens had De Laak een overeenkomst met Heineken waarin is afgesproken dat de bierfusten geen persoonlijk eigendom kunnen worden en deze ook niet mogen worden hervuld door De Laak, dus schending van contractuele verplichtingen. De door Heineken opgevoerde handelsnaaminbreuk wordt verworpen omdat het aanbrengen van de merknaam Heineken op de fusten niet hetzelfde is als het drijven van de onderneming onder die naam.

Als laatste oordeelt de rechter dat het tappen uit Heinekentaps die aangesloten zijn op tanks waarin ander bier zit, ook merkinbreuk is. De uitspraak is dat De Laak meerdere handelingen heeft verricht waardoor inbreuk op de merkrechten van Heineken is ontstaan en dus onrechtmatig heeft gehandeld. De Laak wordt aansprakelijk gesteld voor de schade; voorschot schadevergoeding € 200.000,-.

Publicatie: Pompshop