Zeg wat je doet en doe wat je zegt

De Nederlandse consument wordt op verschillende manieren verleid om tot aankoop van een product over te gaan. Aan die aanprijzing zitten regels verbonden waar ondernemers zich aan moeten houden.

Zo is er de Claimsverordening die stelt dat er geen gezondheidsclaims mogen worden gedaan voor voedingsmiddelen die niet wetenschappelijk zijn onderbouwd en die onbegrijpelijk zijn voor de consument. De wet op de oneerlijke handelspraktijken bestrijkt aspecten van informatieverstrekkingen door ondernemingen aan de consument om misleidende acties en informatieverzuim te voorkomen. En de Etiketteringsverordening is ingevoerd om duidelijkheid te bieden aangaande de voedingswaarde-informatie op voorverpakte levensmiddelen.

Wanneer een consument of onderneming van mening is dat een uiting niet voldoet aan de geldende regelgeving, kan er een klacht bij de Stichting Reclamecode Commissie (RCC) worden ingediend. De RCC toetst de regels aan de Nederlandse Reclame Code. Maar men kan de zaak ook voorleggen aan de rechter.

Onlangs werden er twee uitspraken gedaan, waarbij geoordeeld werd dat op de verpakking van het product een uiting of beeld was gezet die misleidend was. Zo stond op de verpakking van Optimel gele vla ‘vla vanille’ en ‘magere vla vanille’. Foodwatch kaartte dit aan omdat zij vond dat de suggestie werd gewekt dat in de vla daadwerkelijk vanille zit, hetgeen niet het geval leek. Uit de ingrediëntenlijst bleek dat de vla vanillearoma’s bevatte en geen vanille. Ook kan van de consument niet worden verwacht dat zij kennis heeft over complexe regelgeving van aroma’s en hoe deze op het etiket van een product vermeld moeten staan. Foodwatch werd door de RCC in het gelijk gesteld.

Maar wat in het geval als het ingrediënt er wel in zit maar de hoeveelheid van het ingrediënt verwaarloosbaar klein is? Deze vraag kwam aan de orde in de zaak die Monster aanspande tegen Bang BV. Bang had namelijk het ingrediënt L-Arginine, een aminozuur, prominent op zijn energiedrank gezet maar de hoeveelheid ervan bleek te laag om een positief effect op het lichaam te hebben. De dosering L-Arginine in de energiedrank is 17,4 mg per liter, terwijl tenminste een dosis van 2000 mg (200 blikken per dag!) nodig is en dit voor een periode van 45 dagen voordat men enig profijt van het ingrediënt kan hebben. De rechter oordeelde dat hier sprake is van misleiding.

Maar dat was nog niet alles waarover de rechter zich moest buigen. Ook oordeelde zij dat het gebruik van het pictogram van ‘een gespierde arm’ onder oneerlijke handelspraktijk valt, omdat het vergroten van spiermassa door het gebruik van L-Arginine niet wetenschappelijk bewezen is. De uiting ‘Drink nooit meer onverantwoorde Energizer. Kies voor Bang Drink RTD’ is een ongeoorloofde vergelijking en niet onderbouwd, dus ontoelaatbaar. De overige vermeldingen op de verpakking ‘potent brain and body fuel’ en ‘performance enhancement beverages’ zijn niet misleidend of een oneerlijke handelspraktijk. En de vergelijking ‘Bang energy drinks are not your stereotypical high sugar, life sucking soda masquerading as an energy drink! High sugar drinks spike blood sugar producing metabolic mayhem causing you to crash harder than a test dummy into a brick wall’ is eveneens toegestaan. Er mag namelijk wel een vergelijking worden gemaakt tussen Bang’s suikervrije drank en suikerhoudende energiedranken.

Overdrijving in reclame is toegestaan, maar men moet niet onwaarheden of niet-wetenschappelijk onderbouwde claims verkondigen.

Publicatie: Pompshop